Mensen die echt ziek worden van het ruiken van een bepaalde geur, zijn niet gek. Zij associëren de lucht die ze ruiken met iets heel onaangenaams en krijgen daar een overdreven lichamelijke reactie van. Hun ziekte zit dus niet ‘tussen hun oren’, zoals vaak wordt aangenomen, aldus promovenda Patricia Bulsing.
De Egyptenaren gebruikten het om de goden gunstig te stemmen. Grieken voor de bevordering van het lichamelijk genot en Romeinen vulden zelfs hele fonteinen met geparfumeerd water. Nog steeds is parfum een zeer geliefd item onder dames.Helaas kan niet iedereen tegen een ‘lekker’ luchtje. "Als iemand een sterke parfum op heeft, ga ik daar een paar meter vanaf staan", vertelt Susan van de Weert (31). "Als ik toch in een parfumerie moet zijn voor een cadeautje, loop ik gericht naar het product zodat ik zo spoedig mogelijk weer weg ben. Van zoete geuren word ik misselijk en van sterke geuren krijg ik hoofdpijn", vertelt ze.
Lang waren er geen wetenschappelijke bewijzen voor de link tussen lichamelijke klachten ne geurprikkels. Waardoor mensen als Susan vaak voor aanstellers worden uitgemaakt. Volgens Patricia Bulsing die op 11 september aan de Universiteit Utrecht promoveert op een onderzoek naar geuroverlast, is dit onterecht en speelt de onderbewuste waarneming mogelijk een rol. "Wanneer je verwacht dat een geur schadelijk voor je is, verandert je waarneming ten aanzien van die geur. Deze waarneming zou wel eens de oorzaak kunnen zijn voor een overdreven reactie op die lucht".
De onderzoeker analyseerde wat er in de hersenen gebeurt zodra mensen een geur ruiken waarmee ze pijn associëren. "Ik liet de proefpersonen een lekker geurtje ruiken, waaraan ik een prikkelend gevoel in de neus koppelde. Dezelfde prikkeling die je in je neus krijgt wanneer je frisdrank drinkt. Vervolgens liet ik de preofpersonen weer aan het lekkere luchtje ruiken, maar dan zonder het prikkelend gevoel. De hersenen reageerden toen intenser en heftiger op de geur omdat ze de prikkeling verwachten. De ziekte zit dus niet tussen de oren zoals wel vaak wordt aangenomen", aldus Bulsing.
Bron: De Telegraaf, 31.08.2009